‘Ik wil mijn passie niet loslaten’

In het dorp waar hij opgroeide, op het platteland van Jemen, droomde Fares Alhemyari van een toekomst als journalist. Hij maakte zijn droom waar, maar moest na ernstige bedreigingen het land ontvluchten. ‘De strijdende partijen behandelden journalisten als vijanden.’

Fares Alhemyari werd geboren in een klein dorpje in het zuidwesten van Jemen. Als kind kende hij een ongelukkige jeugd, vertelt hij. ‘Het Jemenitische platteland is totaal anders dan het Nederlandse. We hadden geen televisies in het dorp, geen telefoons of entertainment voor de kinderen. Er was niet eens elektriciteit, we verlichtten onze nachten met kaarsen en lantaarns.’
De dichtstbijzijnde basisschool was twintig kilometer verderop. ‘Ik liep elke dag veertig kilometer naar mijn school, waar we met 150 leerlingen in de klas zaten.’ Tijdens schoolvakanties werkte Fares samen met zijn vader in de bouw of de landbouw, zwaar werk voor een kind. De enige verbinding van de dorpelingen met de buitenwereld waren radio’s op batterijen. Fares: ’Via de radio ontdekte ik mijn droom om journalist te worden.’

Cultuurschok
Nadat hij de middelbare school met uitstekende cijfers had doorlopen, verhuisde hij op zeventienjarige leeftijd naar de hoofdstad Sana’a om daar aan de universiteit te studeren. Daar zag hij voor het eerst televisie, en las hij voor het eerst kranten en tijdschriften. Het was een cultuurschok, maar vergrootte zijn interesse in de media. ‘Ik weigerde een studiebeurs om rechten te studeren in Syrië en koos voor mediastudies aan de Sana’a University.’
Tijdens zijn eerste studiejaar liep hij stage bij een krant. ‘In de ochtenden ging ik naar de universiteit en ’s middags werkte ik op de redactie. In mijn tweede universiteitsjaar mocht ik mijn eerste journalistieke artikelen publiceren. Daarmee oogstte ik lof van studiegenoten en andere journalisten, wat me motiveerde om door te gaan op dit pad.’ Zijn vrije tijd besteedde Fares aan lezen. ‘Vroeg in de ochtend wachtte ik tot de medewerker van de Centrale Bibliotheek in Sana’a de deur opendeed, zodat ik genoeg tijd zou hebben om te lezen. Je mocht geen boeken lenen om mee te nemen. Ik was de eerste die binnenkwam en de laatste die de bibliotheek verliet.’

Eerste baan
Na het afronden van zijn studie, en ondanks het gebrek aan journalistieke carrièrekansen in Jemen, kon hij in 2007 voor een klein salaris, ongeveer 80 euro per maand, een baan als journalist bij een magazine veiligstellen. Dankzij zijn harde werk werd zijn salaris al in de tweede maand verdrievoudigd. Binnen twee jaar werd hij hoofdredacteur. Maar het verlangen naar zelfontplooiing en nieuwe ervaringen deed hem op zoek gaan naar andere werkgevers. Hij werkte voor verschillende persbureaus en was onder meer Jemen-correspondent voor het Chinese Xinhua Agency.

Ernstig bedreigd
Toen de protesten tegen corruptie en repressie op 11 februari 2011 begonnen, nam Fares er onmiddellijk aan deel. Aanvankelijk waren de protesten vreedzaam, maar al snel braken gevechten uit tussen het regime en zijn tegenstanders. Fares: ‘De strijdende partijen behandelden journalisten als vijanden. Werken als journalist in een land dat in conflict is, is heel moeilijk. Ik werd ernstig bedreigd.’
Fares onthulde in 2012 dat de Houthi’s het voornemen hadden om de hoofdstad Sana’a te bezetten. Zijn publicatie zorgde voor opschudding, want vrijwel niemand geloofde op dat moment dat een gewapende groep de hoofdstad kon overnemen. Toch is dit precies wat er eind 2014 gebeurde. De Houthi-beweging viel de hoofdstad binnen vanuit dezelfde gebieden die Fares eerder had benoemd in zijn publicaties. Kort na de Houthi-inval werd de auto waarin Fares zat opzettelijk aangereden. Hij was gewond en verloor veel bloed, maar wist te ontkomen.
‘Vanaf dat moment vreesde ik voor mijn leven en dat van mijn gezin,’ vertelt Fares. ‘Ik had twee opties: óf ik blijf in de hoofdstad en ga verder met mijn werk, óf ik ga terug naar mijn dorp.’ Hij koos ervoor om in de hoofdstad te blijven. Maar toen de bedreigingen steeds ernstiger werden, realiseerde Fares zich dat hij Jemen moest verlaten.

Toeristenvisum
Hij slaagde erin een toeristenvisum voor Turkije te krijgen. In Istanbul werkte hij twee jaar als redactiemanager bij een Jemenitische tv-zender, maar vreesde te worden teruggestuurd naar Jemen omdat hij niet beschikte over een permanente verblijfsvergunning. Daarom vluchtte hij in juni 2017 Nederland. Op Schiphol vroeg hij meteen asiel aan. ‘Ik maakte me zorgen over wat er met mij zou gebeuren, maar een van de politieagenten op de luchthaven stelde mij gerust.’

Leerzame ervaring
Regelmatig vraagt Fares zich af of hij in een nieuw land, in een vreemde taal, naam kan maken als journalist. Soms sluipt de frustratie zijn gedachten binnen. Maar hij weigert om de witte vlag te hijsen. ‘Ik wil mijn passie die ik in mijn kleine dorp ontdekte, niet loslaten.’
Fares is bezig met het ontwikkelen van een Arabischtalige nieuwssite over Jemen. Daarnaast publiceert hij regelmatig artikelen bij RFG Magazine. Het is een leerzame ervaring, vertelt hij. ‘Ik ontdekte dat er een verschil is tussen journalistiek schrijven in het Arabisch en het Nederlands. De journalistieke taal is hier soepeler en meer leesbaar dan de taal die in de Arabische journalistiek wordt gebruikt. Onze Arabische journalistieke taal is elitairder.’
Fares was blij toen hij voor het eerst zijn naam boven een Nederlands artikel zal staan. ‘Het herinnerde me aan het gevoel dat ik had toen ik begon met het publiceren in Jemen. Ik weet dat ik met moeilijkheden te maken zal krijgen; ik ben nog nieuw in dit land. Maar ik geloof dat het een kwestie van tijd is voordat ik voor meer Nederlandse media kan werken. Als ik het vereiste taalniveau heb, ben ik ervan overtuigd dat mijn kansen groot zijn. Ik ben alvast begonnen met het bijhouden van de mediavacatures.’

 

Waardeer dit artikel!

Dit artikel lees je gratis. Vind je het artikel en onze inzet de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten blijken door een bijdrage. Zo help je onze journalisten en RFG Magazine.

Mijn gekozen waardering € -