Hoe de wereld toekijkt in Syrië

In de Volkskrant van 22 februari stond een foto van minister Sigrid Kaag op bezoek bij de Iraanse president Hassan Rohani. Ze draagt een lange zwarte jas. Haar schouders zijn licht gebogen, haar handen hangen krachteloos langs haar lichaam.

Het gezicht is verborgen achter haar sluier. Ze staat op enkele meters afstand van de Iraanse president in een zwarte mantel. Zijn handen zijn onzichtbaar, maar zijn gezicht is wel duidelijk in beeld: hij glimlacht. De ruimte tussen beiden wordt benadrukt door de bloemen van het Perzische tapijt op de grond.

Ik probeer op deze foto iets terug te vinden van het karakter van Sigrid Kaag, maar vindt niets. Zij treedt hier op als de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, maar de foto toont een ondergeschikte houding. De foto wekt de indruk dat de minister niet alleen begrip op brengt voor de dominante Iraanse cultuur, maar ook voor het Iraans regime.

In de NRC zagen we een foto van een gewonde jongen uit Oost-Ghouta in Syrië die op dezelfde dag genomen is. Het kind zit op een trap, heeft een verband om zijn hoofd en bloed op zijn gezicht. De jongen heeft een rode trui aan. Deze trui herinnert mij aan de arme studenten in Oost Aleppo waaraan ik voor de revolutie les gaf. Ook zij droegen zo’n trui.

Het kind lijkt in een psychische shock. Het kijkt starend voor zich uit. Een hand ligt open, vragend, op zijn schoot. Misschien ziet de jongen op enkele meters afstand mensen die er nog veel erger aan toe zijn dan hijzelf?

De ogen van het kind herinneren mij aan de ogen van mijn moeder in Aleppo. Toen wij op een nacht onder de trap schuilden voor een zwaar bombardement, drukte zij ons op het hart dat wij niet in opstand moesten komen voor het regime. Wij moesten niet verwachten dat de westerse wereld ons zou komen helpen in een opstand tegen Bashar al-Assad. Dat had het westen ook niet gedaan toen zij nog jong was, tijdens de opstand tegen Hafiz al-Assad in de tachtiger jaren.

Wij dachten dat mijn moeder ongelijk had en gingen toch de straat op om te protesteren tegen het regime van Assad.  Maar al snel ontstond er een opmars van geharde islamisten die aanvankelijk weinig tegenstand ondervonden van het regime. De bombardementen namen toe en wij gingen niet langer de straat op. De vluchtelingenstroom kwam op gang. De burgerrevolutie was gekaapt door de islamitische groepen.

Wij hadden nooit gedacht dat de westerse wereld slechts zou toekijken hoe iedereen werd gedood door het Assad- regime. Blijft deze wereld alleen toekijken bij het bloedbad van Assad? En wat ziet Bashar al-Assad als hij kijkt naar de foto van de minister Sigrid Kaag en president Hassan Rohani? Een Europees land dat achter Iran staat en daarmee achter zijn regime? Is dit bezoek goed voor Nederland? Wat draagt het bij aan de oorlog in Syrië?

Het kind op de trappen in Oost-Ghouta vraagt met zijn handen: wat is hier gebeurd? De Nederlandse minister die tegenover de president van Iran staat heeft haar handen krachteloos langs haar lichaam. En de president van Iran heeft zijn handen verborgen. En onder zijn mantel worden de verschillende regio’s van Syrië opnieuw aan elkaar geknoopt, als de knopen van het Perzische bloementapijt in het paleis van Teheran.

Dit stuk verscheen eerder in het Nederlands Dagblad.

Beeld: Hamed Malekpour CC BY 4.0 (via Wikimedia Commons)

Hazem Darwiesh (34) is geboren en getogen in Aleppo, waar hij Arabische taal en cultuur studeerde. Daarnaast was hij journalist en schrijver bij een Arabische krant en docent Arabisch op een middelbare school. Vier jaar geleden vluchtte hij uit Syrië. Tegenwoordig woont hij in Zwolle en leert Nederlands. Zijn ambitie is om in Nederland een loopbaan op te bouwen in de media.